Praktijkproblemen

Waar loopt het in de praktijk structureel tegenaan?

Uit het praktijkonderzoek en de uitgevoerde wegingen blijkt dat overschrijdingen zich niet willekeurig voordoen, maar vooral bij specifieke typen voertuigen en situaties.

Dit betreft met name:

  • kippers en betonmixers;
  • vrachtwagens met zware autolaadkranen achter de cabine;
  • telekranen;
  • voertuigen met een grote voor- en/of achteroverbouw;
  • elektrische voertuigen, die door accupakketten structureel zwaarder zijn.

Deze voertuigen combineren vaak:

  • hoge aslasten;
  • een ongunstige gewichtsverdeling;
  • en een grote afstand tot het aangrijpingspunt.

In de praktijk ontstaat het risico dat onder tijdsdruk of bij verkeershinder toch wordt besloten om een berging uit te voeren die buiten de veilige marges valt. Juist omdat het effect van afstand en hefboomwerking lastig op gevoel in te schatten is, worden risico’s daarbij regelmatig onderschat.

Hef- en recoverysystemen: mogelijkheden en beperkingen

Hef- en recoverystemen zoals het VDZ‑systeem maken het mogelijk een voertuig deels te liften, waarbij de wielen van het gesleepte voertuig op het wegdek blijven staan. Hierdoor neemt het hefgewicht af.

Het gebruik van dit systeem is echter beperkt en gebonden aan voorwaarden:

  • het gesleepte voertuig moet rolbaar zijn op alle wielen;
  • het maximale sleepgewicht van het bergingsvoertuig blijft bepalend;
  • als het remsysteem van het gesleepte voertuig niet is gekoppeld, ontstaat extra risico.

Belangrijk is dat:

  • het liften van geladen vrachtwagens, vrachtwagens met kraan achter de cabine of voertuigen met een hoog ledig gewicht niet is toegestaan;
  • in die gevallen de componentwaardes van het VDZ‑systeem worden overschreden.

Het VDZ‑systeem is daarmee geen oplossing voor zware lasten, maar slechts toepasbaar binnen een beperkt inzetgebied.

Vrijstelling: wat geldt wél en wat niet?

Binnen zware bergingen bestaat het beeld dat “alles onder de vrijstelling valt”. Dat beeld is onjuist en vormt een belangrijk risico.

De vrijstelling geldt uitsluitend voor CMV‑bergingssituaties en biedt alleen ruimte om af te wijken van kentekengewichten. De vrijstelling:

  • heft geen technische grenzen op;
  • heft geen maximale as‑ of bandbelasting op;
  • heft geen minimale voorasbelasting op;
  • maakt ongeremd slepen niet toegestaan.

Het verschil tussen CMV‑ en niet‑CMV‑verplaatsingen is groot en onderbouwd met cijfers:

  • Bij CMV‑verplaatsingen:
    • wordt bij ongeveer 7% van de inzetten met een wrecker de capaciteit overschreden;
    • gebeurt dit bij ongeveer 38% van de inzetten met een oprijwagen.
  • Bij niet‑CMV‑verplaatsingen:
    • voldoet bij circa 91% van de verplaatsingen met een wrecker niet aan de regelgeving (strafbaar);
    • voldoet bij circa 82% van de verplaatsingen met een oprijwagen niet aan de regelgeving (strafbaar).

De technische omstandigheden bij CMV‑ en niet‑CMV‑verplaatsingen zijn in veel gevallen vergelijkbaar. Dat betekent dat bij een groot deel van de CMV-verplaatsingen feitelijk wordt gewerkt binnen de context waarvoor de vrijstelling is bedoeld. Dit onderstreept het belang dat ook binnen die context de bijbehorende technische en operationele randvoorwaarden consequent worden gerespecteerd.

Samengevat: binnen IM/CMV‑bergingen biedt de vrijstelling de noodzakelijke ruimte om voertuigen veilig te verplaatsen, mits daarbij de geldende technische grenzen worden gerespecteerd.

Gevolgen van het overschrijden van grenzen

Het overschrijden van de technische grenzen van een bergingsvoertuig heeft directe technische gevolgen en ernstige juridische consequenties.

Technische gevolgen kunnen zijn:

  • langere remweg;
  • onvoorspelbaar weggedrag;
  • klapbanden;
  • loopvlakseparatie van banden;
  • onbestuurbaarheid;
  • oververhitting van remmen;
  • overbelasting van componenten in de wielophanging;
  • defecten aan de aandrijflijn;
  • schade of defecten aan de bergingsinstallatie zelf.

Bij sommige voertuigconfiguraties kan een te lage voorasbelasting ertoe leiden dat tijdens het remmen een voorwiel blokkeert. Sommige ABS‑systemen laten in dat geval de volledige remdruk wegvallen, waardoor het voertuig vrijwel niet meer remt.

Juridische gevolgen

Overbelasting is een strafbaar feit. Wanneer bij een ongeval – zeker met letsel – blijkt dat technische grenzen zijn overschreden, kan dit leiden tot:

  • hoge boetes;
  • strafrechtelijke vervolging;
  • stillegging van het bedrijf;
  • persoonlijke aansprakelijkheid van chauffeur en onderneming.

Verzekeraars keren in dergelijke gevallen vaak niet of slechts gedeeltelijk uit. De financiële gevolgen kunnen daarmee zeer groot zijn.

Contact

STIMVA
Papendorpseweg 101, Utrecht
Tel: 088-797 3650

Of e-mail ons 

Over STIMVA

Disclaimer:
De informatie op deze website wordt met grote zorg samengesteld en gepresenteerd. Toch kan het voorkomen dat er iets niet klopt. We kunnen de informatie dan direct wijzigen, zonder dit eerst aan te kondigen. STIMVA is bovendien niet aansprakelijk voor elke vorm van schade die ontstaat door deze website te bezoeken.

 

Cookie-instellingen